| StartpaginaVrijwilligersZingevingDossiersPublicatiesRegiositesDownloadsVacatures |
| Een CO2-prijssignaal in België? |
|
|
| Geschreven door Bert De Wel | |||
| dinsdag, 08 juni 2010 07:55 | |||
|
Belastingen heffen om het klimaatprobleem aan te pakken is een delicaat onderwerp. Het gaat dan ook om een krachtig instrument dat een grote impact kan hebben. Dit is waarschijnlijk de reden waarom de meningen zo sterk uiteenlopen wanneer er gepraat wordt over de concrete invoering van een CO2-prijssignaal. Tussen vakbonden, milieuorganisaties en ontwikkelingsorganisaties is het mogelijk om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Met de werkgeversorganisaties zijn er veel meer meningsverschillen. Kan zo'n heffing er komen in België of moet dit op internationaal niveau afgesproken worden? Moeten de bedrijven ook betalen of geldt het prijssignaal enkel voor de gezinnen? Wat doen we met de opbrengst van een CO2-heffing? Zijn deze middelen bestemd voor de schatkist, de gezinnen, de bedrijven of dienen ze bv. ook om onze klimaatschuld met de landen in het Zuiden af te betalen? Hieronder geven we een overzicht van de knelpunten in het maatschappelijk debat. De aanleiding voor deze discussie over een CO2-heffing was een adviesvraag van ontslagnemend minister van Energie en Klimaat, Paul Magnette, aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO). Tussen de maatschappelijke organisaties die vertegenwoordigd zijn in de FRDO bestond er consensus over de vaststelling dat consumptie- en productiepatronen en investeringsbeslissingen op twee manieren beïnvloed kunnen worden door een prijssignaal:
De doeltreffendheid van een CO2-prijssignaal moet dan ook voor beide factoren nagegaan worden. Wordt er effectief een duurzame gedragsverandering gerealiseerd? En, worden de kosten vergoed van de door CO2 veroorzaakte vervuiling? Over de theoretische onderbouwing van het CO2-prijssignaal bestond er dus consensus tussen de maatschappelijke organisaties. Over de concrete modaliteiten met betrekking tot de effectieve invoering van zo'n heffing veel minder. De volgende knelpunten kwamen aan de oppervlakte:
Een CO2-heffing of een heffing op CO2 én energie? Het ACV, samen met de andere vakbonden, milieu- en ontwikkelingsorganisaties benadrukken dat in de strijd tegen de klimaatverandering de focus moet liggen op energie sparen en de energie-efficiëntie bevorderen. Hoe minder energie er verbruikt wordt, hoe makkelijker en goedkoper het zal zijn om de CO2-reductiedoelstellingen te verwezenlijken. Daarom stellen we voor om in België de huidige energiebelasting te verhogen en te baseren op de energie-inhoud van brandstoffen en aan te vullen met een CO2-belasting. De werkgeversorganisaties van hun kant weigeren elke koppeling van het CO2-prijssignaal met de energiebelastingen.
Een CO2–heffing en de indexering van de lonen. De werkgeversorganisaties gebruiken de discussie over de CO2–heffing om (nogmaals) de automatische indexering van de lonen in vraag te stellen. Ze stellen dat de automatische verhoging van de lonen het CO2-prijssignaal aanzienlijk verzwakt, waardoor consumenten minder geneigd zullen zijn om hun gedrag te veranderen. Daarnaast is er het klassieke argument van de loonkostenhandicap ten opzichte van onze drie buurlanden die zal toenemen. In de FRDO was er een brede coalitie van vakbonden, milieu- en ontwikkelingsorganisaties die er nadrukkelijk op wezen dat de invoering van een CO2-taks op energie in geen enkel geval als argument mag worden gebruikt om de gezondheids- en de prijsindex te wijzigen. Samen met de andere vakbonden benadrukte het ACV dat de loonkosten reeds sterk omkaderd zijn door de gezondheidsindex en door de 'wet van 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen', zodat een indexwijziging niet nodig noch gerechtvaardigd is. Daarenboven beklemtonen we dat een (voldoende hoge) prijsverhoging de mensen er wel degelijk toe zal aanzetten een vervangmiddel te zoeken of minder van het product te verbruiken, zelfs als de lonen geïndexeerd zijn.
Impact op gezinnen en bedrijven.
Gebruik van de opbrengst van de taks Er was consensus binnen de FRDO dat de invoering van een CO2-taks niet mag gebeuren vanuit een pure begrotingslogica maar moet passen binnen een milieuprogramma dat tot doel heeft een prijssignaal te geven. Daarnaast gaven de vakbonden, milieu- en ontwikkelingsorganisaties aan dat de opbrengsten tegelijk naar interne investeringsmaatregelen moeten gaan waarmee wij onze emissies kunnen verlagen (via o.a. verhoging van de energie-efficiënte, investeringen in hernieuwbare energie, industriële reconversiestrategieën) én naar een klimaatbeleid ter ondersteuning van de ontwikkelingslanden. De werkgeversorganisaties benadrukten dat er geen sprake kan zijn van de lasten voor de ondernemingen, inclusief de zelfstandigen, te verhogen. De belastingen die door de ondernemingen/sectoren worden betaald, moeten dus aan dezelfde ondernemingen/sectoren worden terugbetaald om hen te helpen de overgang naar een lagekoolstofeconomie te financieren. Uit deze discussie blijkt overduidelijk dat er over een aantal cruciale punten met betrekking tot de invoering in ons land van een CO2-heffing nog zeer grote meningsverschillen bestaan tussen de maatschappelijke organisaties. Het is alvast een positief teken dat de vakbonden, milieu- en ontwikkelingsorganisaties tot gezamenlijke standpunten konden komen.
|